Omschrijving case:
In deze zaak had een werknemer die zijn zakenauto niet privé gebruikt, zijn zakenauto tijdens vakanties van zijn werkgever gehuurd om zo met zijn eigen zakenauto op vakantie te gaan en geen bijtelling te hoeven betalen voor dit prive-gebruik. 

De Belastingdienst had hiervoor een naheffingsaanslag loonbelasting opgelegd aan de berijder. Deze casus is uiteindelijk voorgelegd aan de Hoge Raad die oordeelt over de uitspraak van de rechter. De rechter had eerder aangegeven dat de vakantiekilometers privé-kilometers zijn.  

Uitkomst:
De berijder dient alsnog over de afgelopen jaren de bijtelling te betalen. 

Het Hof oordeelde hierover onder andere: 
4.3 Naar het oordeel van het Hof heeft de Rechtbank met juistheid overwogen dat de door belanghebbende gereden vakantiekilometers privékilometers vormen. Dat dienaangaande een “huurovereenkomst” is gesloten tussen belanghebbende en de werkgever maakt dat niet anders. De door belanghebbende aan de werkgever betaalde bedragen zijn terecht als vergoeding voor privégebruik door de Inspecteur aangemerkt en als zodanig in mindering gebracht op het in aanmerking genomen voordeel.

4.5 Het hoger beroep wordt geacht mede betrekking te hebben op de heffingsrente, respectievelijk de belastingrente. Belanghebbende heeft geen zelfstandige gronden tegen de in rekening gebrachte heffingsrente en de belastingrente aangevoerd. Nu het Hof ook overigens niet is gebleken dat de bepalingen met betrekking tot de heffingsrente dan wel de belastingrente onjuist zijn toegepast, is het beroep ook in zoverre ongegrond. 

Bronvermelding:  

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 20 september 2016, nr. 15/01369 tm 15/01371 

Alles kunnen lezen? Word dan lid van VZR.

Je krijgt toegang tot interessante en bruikbare informatie over bijtelling, mobiliteitsbudgetten, private lease en rekentools. Ook ontvang je onze nieuwsbrief, zodat je altijd op de hoogte blijft van de laatste ontwikkelingen.

Hoe kunnen we je helpen?